Frans Hals Museum

Conservator Christhilde Klein neemt afscheid
‘Een leven zonder kunst is ondenkbaar voor mij’
Samenvatting uit het afscheidsinterview met Christhilde Klein
Met Karel Schampers bij het afscheid in 2005
Hoe is het om 25 jaar lang voor het Frans Hals Museum te werken.
‘Ik ging altijd met plezier naar m’n werk’, vertelt Christhilde Klein, conservator moderne kunst, die dit najaar met vervroegd pensioen gaat. Aanleiding voor een terugblik op een kwart eeuw moderne kunst in het museum. Met enkele persoonlijke herinneringen. Het is de jubilaris zelf die begint met de eerste vraag. ‘Waar zullen we het over hebben¦ Drie directeuren heb ik meegemaakt: Dick Couvée, Derk Snoep, en nu Karel Schampers. Wat is er allemaal gebeurd¦’ Tastend in boekenkasten en bureaulades diept zij de getuigen op van 25 jaar moderne kunst-projecten in het Frans Hals Museum / De Hallen waarbij zij betrokken is geweest. Catalogi, recensies en andere documenten als tastbare resten, die zij vervolgens aanvult met haar commentaar. ‘Toen ik hier solliciteerde, had ik een verleden achter de rug met veel kunst en cultuur. Mijn moeder was oorspronkelijk actrice, mijn vader impresario die moderne kunst verzamelde. Vanwege zijn werk reisden we door heel Europa, maar ik ben toch vooral in Amsterdam gevormd. M’n tweede vader was dirigent. Door hem ben ik op het conservatorium in Den Haag terecht gekomen, waar ik muziek studeerde en de opleiding dans volgde. Maar al vanaf m’n twintigste richtte ik me op het organiseren van tentoonstellingen: ik bemiddelde voor kunstenaars, ook in het buitenland. Ik was toen met een beeldend kunstenaar getrouwd. Later ben ik voor diverse Amsterdamse galeries gaan werken, met als gevolg dat ik in 1977 startte met ’n eigen galerie, Galerie Klein, aan de Krocht in Haarlem. Vier jaar later zat ik in het Frans Hals Museum.’ www.franshalsmuseum.nl Daarna volgde een lange reeks van werkzaamheden, met name op de terreinen van keramiek en glas, fotografie en Haarlemse kunst. ‘Vanaf het begin kreeg ik alle vrijheid om exposities te organiseren. Aanvankelijk was ik benoemd voor de regionale kunst en voor de collectie, maar al gauw kon ik dat uitbreiden met initiatieven op het gebied van de hedendaagse keramiek. Toen ik hier kwam was er al wel een kleine collectie op dat gebied, met werk van Hans Coper, Sonja Landweer en enkele anderen. Voldoende basis om op verder te bouwen. Inmiddels beschikt het museum over een grote collectie moderne en hedendaagse keramiek, en ook glaswerk, van Nederlandse en – in mindere mate – buitenlandse kunstenaars. Ik organiseerde daarmee tal van presentaties, zoals die in de grote vitrine in het Frans Hals Museum, en uiteindelijk ook in het nieuwe ‘glaspaviljoen’ boven in De Hallen.’ Commissies Zoals gezegd, er was méér dan keramiek en glas. ‘Zo waren er de BKR-werken: kunst die binnen de toenmalige Beeldende Kunstenaars Regeling werd gemaakt, en die door ons werd beheerd en uitgeleend. Ik heb voorgesteld om daar ook tentoonstellingen mee te maken, en dat is ook jarenlang gebeurd. Vanaf 1981 tot 2001 ben ik lid geweest van de Commissie Kunst Aankopen voor de gemeente Haarlem. Vanuit m’n functie als museummedewerker werd ik ook gevraagd voor tal van andere commissies en organisaties. Zo werd ik Rijksgecommitteerde voor de Rietveld Academie, adviseur moderne kunst voor het Kennemer Gasthuis, voorzitter van de aankoopcommissie van Haarlemmermeer, en bijvoorbeeld ook lid van de jury voor de Bernadine de Neeveprijs.’

 
Christhilde somt deze en andere activiteiten op zonder een zweem van trots, maar als werkzaamheden die ze graag en enthousiast deed. Belangrijk vind ze vooral haar werk voor de Stichting Promotie Monumentale Keramiek, die Nederlandse keramische projecten onder de aandacht van het buitenland bracht. ‘Daarmee hebben we in Barcelona en Valencia een grote expositie gerealiseerd, ‘Cerámica.hàbitat’ (1992), met Nederlandse kunstenaars als Dora Dolz, Hans van Bentem en Jan Snoeck. Deze werden toen getoond ‘tegenover’ een aantal Spaanse collega-keramisten. Het was een project met verrassende voorvallen. Tot de geselecteerde kunstenaars behoorde ook Rob Brandt. Die had ooit bij een workshop bij Makkum, in het kader van ‘Hedendaags Delfts -Blauw’, een koetje gemaakt. Nu kreeg hij het idee: ik ga die koe levensgroot maken (eigenlijk was het een kalf). En dan zet ik dat beeld op een kandelaar als sokkel. We besloten om het op te stellen bij de entree in de tuinen van het Palau de Pe-dralbes. Maar hij schoot maar niet op, het was een nogal groots project. Op een zeker moment moesten we toch afreizen naar Spanje, met twee opleggers vol werk. Maar het kalf was niet klaar. Brandt zei echter: ‘Je kent me, ik kom zeker, mét het werk!.’ En wie schetst mijn verbazing: vlak voor de opening kwam er een veewagen het terrein oprijden, met daarin het beeld van het kalf!. De directrice van het keramiekmuseum aldaar moest er vervolgens de brandweer bij halen om het zware beeld geplaatst te krijgen.
 
Ook David van de Kop was voor Spanje geselecteerd. Ik wilde midden in een vijver een werk van hem plaatsen. Maar die vijver was nogal groot. Vervolgens liet die directrice de hele vijver leeglopen, en hebben we met diezelfde brandweer dat beeld kunnen plaatsen.’
 
  
Met Nicolas Pope in Norwich voor de tentoonstelling “Slib”, 2002
 
Internationale samenwerkingsverbanden zijn er wel meer geweest in de loop van Christhilde’s loopbaan. ‘Slib/Slip’ in 2002 was er een van: kunstenaars uit Nederland en Engeland die in keramiek werkten, toonden toen recent werk in Haarlem én in Norwich. Nu en dan gaf Christhilde ook lezingen over hedendaagse keramiek en glas in het buitenland, zoals aan de universiteit van East-Anglia en aan het Massachusetts College of Art in Boston.
Exposities De lijst van exposities in het Frans Hals Museum en De Hallen waarbij Christhilde betrokken is geweest, veelal als organisator, is te lang om hier een plaats te krijgen. Maar een paar waaraan ze bij voorkeur graag terugdenkt, wil ze toch wel genoemd zien. ‘Contemporary Dutch Ceramics’ (1988), bijvoorbeeld, en ‘Hedendaags Delfts Blauw’ (1989). En de presentatie van beeldhouwwerken van José Vermeersch (1986). Maar zeker ook de diverse exposities van werk van winnaressen van de Judith Leysterprijs, een oeuvreprijs voor vrouwelijke kunstenaars: Theresia van der Pant (1987), Loes van der Horst (1990), Dora Dolz (1992). ‘Ook aan de expositie over de monumentaal-keramist Jun Kaneko denk ik met veel plezier terug. En natuurlijk aan de oeuvre tentoonstelling met werk van Lei Molin en de tentoonstelling: Toen/Nu van Sigurdur Gudmundsson.
 
                                                                                                                     
Met Sigurdur Gudmundsson in het EKWC in Den Bosch
 
En dan ‘Tulpomania’ in 1994, waarvoor ik in Istanbul kunstenaarsateliers bezocht om tot een keuze van moderne bloemenvazen te komen’. De lezer begrijpt het al: ook deze lijst wordt al gauw te lang. Maar toch moet hier nog wel genoemd worden de langjarige expositiereeks over Haarlemse kunstenaars, die begeleid werd door uniforme, vierkante catalogi. Ook voor exposities van Haarlemse kunstenaarsverenigingen was zij intermediair; inmiddels hebben deze hun intrek in de al weer jaren geleden zelfstandig geworden Vishal.
De grote aandacht die het Frans Hals Museum / De Hallen momenteel geeft aan hedendaagse fotografie, in De Hallen, is niet zonder voorgeschiedenis. Christhilde: ‘Toen ik hier kwam, was er al een bescheiden collectie fotografie. In de jaren 1980-2000 zijn er fototentoonstellingen geweest over Taeke Henstra, Piet van Leeuwen en Fons Brasser, en was er de expositie ‘Postcards from America’’. Zelf werkte Christhilde in de afgelopen jaren aan diverse exposities met fotomateriaal uit het onuitputtelijke Spaarnestad Foto Archief, tegenover het Frans Hals Museum.
‘Ik kijk terug op een veelzijdige baan. Ik ben veel op pad geweest om tentoonstellingen voor te bereiden, en ook om voorstellen te doen voor collectieuitbreiding. Ideeën daarvoor ontstaan niet achter een bureau, daarvoor moet je persoonlijke contacten leggen en ateliers bezoeken, en veel zien. Daarnaast was er ook veel registratiewerk te doen en moest er documentatie worden aangelegd over kunstenaars. Stagiaires begeleiden, collectiebeschrijvingen maken voor de collectie-registratie-systemen TinReg en, tegenwoordig, TMS: de werkzaamheden voor de afdeling moderne kunst waren veelsoortig.’ Van zoiets als een grote afscheidstentoonstelling is het niet gekomen: ‘Daarvoor kwam mijn besluit om een andere wending aan mijn leven te geven te recent. Maar ik zet niet echt een punt achter mijn vak.
 
Een leven zonder kunst is ondenkbaar voor mij. De komende jaren wil ik gaan studeren en mij verdiepen in al die aspecten van de beeldende kunst waaraan ik door de vaste werkzaamheden te weinig aandacht kon geven. Ik wil in de toekomst beschikbaar blijven als intermediair voor kunstenaars, of voor gastconservatorisch werk. Maar dan dus op een meer vrije basis.’
 
Als gastconservator bij de opening van de tentoonstelling Brandend zand 1995,
Museum Beelden aan Zee, Den Haag
vlnr: Christhilde Klein, Simon den Hartog dir. Gerrit Rietveld Akademie,
Staatssecretaris van Cultuur Aad Nuis, Henk Trumpie dir. Struktuur 68
Tekst: Drs. Antoon Erftemeyer
Geplaatst in: Halszaken nummer 12, November 2005
issn 1571-4454

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s